Sanne's First Names Site
DutchGermanEnglish

Samples
Daniël
Hebreeuws 'mijn rechter is God'. - Naam van een van de vier grote profeten van het Oude Testament, in zijn jeugd gevankelijk met het Joodse volk door Nebukadnezar naar Babel weggevoerd. Door zijn vermogen om dromen uit te leggen kreeg hij een invloedrijke positie aan het hof.
Heiligennaam: Daniel de Styliet, en Griekse pilaarheilige in de 5e eeuw; kerkelijke feestdag: 11 december.
Daniel; mannelijk bijbels Oude Testament Sint Daniel, Profeet, circa 529 voor Christus, 21 juli betekenis: " rechter Gods, het gericht Gods"
Daniël = Gods heeft geoordeeld.
Daniël (mannelijk) - Hebreeuws Betekenis rechter Gods, dit is die in Gods naam recht spreekt, van het werkwoord dôn, dûn = rechten, recht spreken, en El = God. Auteur van een der Bijbelboeken.
Richard
Tweestammige Germaanse naam, waarvan het eerste lid = Nederlands rijk, in de oorspronkelijke betekenis 'machtig, aanzienlijk' (zie -rik-). In de Germaanse namen komt het woord al in de 1e eeuw voor. Het tweede lid is -hard 'hard, sterk, stevig' (zie -hard-); voor de Friese en Groningse vormen hierboven genoemd, is ook -ward aan te nemen, = Gotisch wards 'wachter, hoeder' (zie -ward-).
Via de Normandische vorsten kwam de naam naar Engeland en werd daar heiligen- en koningsnaam, waardoor hij veel populariteit verwierf en ook weer invloed had op het vasteland. Er zijn drie Engelse vorsten geweest van deze naam, waaronder Richard Leeuwenhart; voorts: koning Richard de Heilige, minder juist 'koning van de Angelsaksen' genoemd, vader van de heilige Willibald, Wunibald en Walpurga, overleden circa 720 te Lucca op een pelgrimsreis naar Rome; kerkelijke feestdag: 7 februari (het is de vraag of deze Richard wel bestaan heeft). Een andere Engelse heilige is Richard, in 1236 kanselier van de universiteit te Oxford, in 1244 bisschop van Chichester; hij deed veel voor de verheffing van het geestelijk leven. Overleden in1253; kerkelijke feestdag: 3 april.
Ook de figuur van Richard Leeuwenhart, geromantiseerd door Scott in zijn Ivanhoe (1820), zal veel hebben bijgedragen tot de populariteit van de naam, ook op het vasteland.
-rik-, -rijk-
'Machtig, aanzienlijk', respectievelijk 'heerser'. Een van de meest voorkomende Germaanse naamelementen, reeds in de 1e eeuw voor Christus bij Griekse en Latijnse schrijvers aan te tonen; ook in Keltische namen (zie hieronder). Van een Germaans zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord *rîk(i)a-; Gotisch *reiks 'heerser, koning', *reikeis 'machtig', eigennaam *Frithareikeis; Oudhoogduits rîhhi, Middelhoogduits rîche , Nieuwhoogduits reich; Oudnederfrankisch rîki ; Middelnederlands rîke 'rijk, heerschappij 'machtig, aanzienlijk, rijk, kostbaar'; Oudsaksisch rîki 'heerser', 'machtig'; Oudfries rîke; Nieuwfries ryk; Angelsaksisch rîce; Middelengels ryke 'macht, regering, koninkrijk', rîce 'machtig, sterk, rijk'; Engels rich; Oudnoords rîki , bijvoeglijk naamwoord rîkr; Zweeds respectievelijk rike, rik; Deens rige, rig; aan het Germaans ontleend: Italiaans ricco, Frans riche 'rijk'; in Oergermaanse tijd is dit woord, waarschijnlijk via persoonsnamen, uit het Keltisch ontleend: *rîks; de Indo-europese wortel rêg- zou in het Germaans namelijk bij gewone klankwettige ontwikkeling geen î opgeleverd hebben. Voorbeelden van Keltische namen met dit element: Dumnorix, Theudoricus, Vercingetorix, vergelijk ook Keltisch *rîg- 'koning', Iers rî 'koning', röge 'rijk'; verder buiten het Germaans: Oudindisch râjan 'koning', Latijn rêx ' koning', regere 'richten', 'leiden, besturen' (vergelijk de betekenis van de Indo-europese wortel *rêg- : 'ordenaar, heerser').
-hard-
'Hard, stevig, sterk, dapper, moedig'. Sedert de 3e eeuw in persoonsnamen aan te tonen; vergelijk Gotisch hardus 'streng, hard'; Oudhoogduits hart, harti, herti, 'hard, stevig, sterk'; Oudnederfrankisch hard, Middelnederlands hard, hart; Oudsaksisch hard 'dapper, koen': Oudfries herd, bijwoord herde 'stevig, zeer'; Angelsaksisch heard 'hard, dapper'; Oudnoords harÂr 'hard, sterk, moedig, vlug, lastig'; aan het Germaans ontleend: Frans hardi, Italiaans ardito 'dapper', uit het Frans weer Engels hardy 'stoutmoedig, onbeschaamd'; uit het Voor-Germaans *kartťs, vergelijk Oudindisch krátu 'geestelijke kracht', Grieks kratos, kartos = 'sterkte', vergelijk Griekse namen op -krates .
Verschillende vormen en afleidingen
Nederlands Richard, Rick, Rickie, Rico, Ricky, Ridzert, Riekerd, Riekert, Righard, Rikert, Rikkart, Rikkerd, Rikkert, Ritsaart, Ritsaert, Ritsert, Rijk, Rijkert, Rik, Rikkie, Richart, Richardus, Rucardo, Cardo
Fries Ridzert, Rikert, Rikkart, Ritsert
Gronings Riekerd, Riekert, Rikkerd, Rikkert
Gelders Rikkert (Hoevelaken)
Duits Richard, Reichert, Reichard, Reichardt, Reichart, Reich, Ritsch, Ritsche, Riek, Rick, Ricardo, Ricco, Ridsert, Ridzard, Rik, Dick, Dicky, Righard, Richart
Oudduits Rikhart, Ricohard
Zwitsers-Duits Richli
Engels Richard, Ritchie, Rich, Rick, Dick, Richie, Rickie, Ricky, Dicky, Ritch, Richy, Rickey, Ric, Rik, Riki, Rikki, Ricard, Ricardo, Hick, Richerd, Rickert, Richey, Diccon, Dickon, Dickie, Riocard, Hitch, Hudde, Ricki, Richi, Rici, Ricci, Ricki.
Oud-Engels Ricehard, Ricard, Dickon, Dickë; (ric = ruler + heard = hard)
Amerikaans Richard, Richie
Deens Richard, Richardt, Rikard, Rikardt, Ricard, Ricardt, Ric, Ricardo, Ricco, Richart, Ricki, Ricky, Rico, Rik, Rikki, Rikko, Dick, Dicky
Noors Richard, Rikard, Dick, Rick, Rikhard
Zweeds Richard, Rickard, Rikard, Ricard, Rich, Richards, Richardt, Rick, Rickhard, Ricki, Rickie, Ricky, Rikhard, Dick, Dickie, Dicky, Ricardo, Riccardo, Richert.
IJslands RĺkharÂur, RĺkarÂur, Rikki, Richard, RĺgarÂur Fær¤rs Rikard
Frans Richard, Ricard, Richaud, Richardeau, Richardet, Richardon, Richardin, Richardot, Chardin, Chardel, Chardon, Chardot, Ricardou, Ricardin, Ricardet, Ricardon, Cardin, Cardet, Cardon, Cardot
Spaans Ricardo, Rico
Catalaans Ricard
Portugees Ricardo
Italiaans Riccardo, Ricciardo, Ricordano, Ricco
Roemeens Ricard, Rihard, Richard
Raetoromaans Risch
Latijn RICHARDVS
Esperanto Rikardo, Ricjo
Spokaans Riko
Grieks Ritsard (Ritsarnt), Rikos (Rikos)
Iers Riocárd (Riocard, Rickard), Risteárd (Risteard, Richard)
Gaelic Richard, Ritchie, Dick, Dickie
Bretons Richarzh, Richarz
Welsh Rhisiart, Rhicart, Rhicert
Hongaars Richárd, Rikárd
Fins Riku, Rihko, Rikhard
Litouws Richardas, Riçardas, Ri╣ardas, Ri╣as
Lets Rihards, Riçard, Rikards
Bulgaars Richard (Rihard), Ritsjard (Riqard)
Tsjechisch Richard
Slowaaks Richard
Joegoslavisch Rihard, Rikard, Rikardo, Riko
Macedonisch Rikard (Rikard)
Servisch Rikardo, Rihard
Kroatisch Rikardo, Rihard
Sloveens Rihard
Pools Ryszard
Russisch Richard (Rihard), Ritsjard (Riqard)
Witrussisch Richard (Ræxard), Ritsjard (Ræqard)
Oekraïns Rychard (Rixard)

Daniel
Daniel, masculinum, hebräisch, Richter Gottes, der gerechte Richter; gekürzt: Dehnel, Deneil. 10. April (protestantisch): 21. Juli.
Daniel: aus der Bibel übernommener männlicher Vornamen hebräischen Ursprungs, eigentlich etwa "Gott ist mein Richter". - "Daniel" fand als Name des alt- testamentischen Propheten schon in altdeutscher Zeit verbreitung; Namenstag: 21. Juli.
Bekannte Namensträger: Daniel Czepko, deutscher Dichter des Barocks (17. Jahrhundert); Daniel Caspar Lohenstein, deutscher Dichter des Barocks (17. Jahrhundert); Daniel Chodowiecki, deutscher Kupferstecher, Zeichner und Maler (18. Jahrhundert); Daniel Defoe, englischer Schriftsteller (17./18. Jahrhundert); Daniel Gelin, französicher Filmschauspieler (20. Jahrhundert).
Französische Form: Daniel. Englische Form: Daniel. Slawische Form: Danilo. Danny: englische Kurzform von Dan, der Kurzform des männlichen Vornamens Daniel.

Daniel
Daniel Dan, Hebrew for 'judge', and name of one of the Tribes of Israel, is sometimes used by itself as a personal name; but even when the bearer is commonly known as Dan, this is generally the short form of Daniel, 'God is Judge'.
Daniel the prophet, according to the book of the Old Testament that goes under his name, was cast into a den of lions for refusing to deny his faith, but emerged unharmed, later to interpret the mysterious letters of fire in Belshazzar's banquetting-hall that announced the doom of Babylon.
The name seems only to have come into general use in the twelfth century, giving the short form Dannet; it survived the Reformation, and its best-known bearers have lived since the seventeenth century.
The Irish have taken Daniel as a substitute for their native Domhnall, 'world ruler' (see Donald).In Wales the name absorbed the native Deiniol, 'attractive' or 'charming', and is still much used.Danny is usual short form.
Daniel: From the Hebrew, meaning 'God is my judge' (Daniel 1.6). Daniel was a son of Jacob (Genesis 30.6). Variants are Dan and Danny. Examples: Danny Kaye and Daniel Defoe.
Daniel masculine (dan'iel) The Hebrew name of the Old Testament prophet, meaning 'God has judged'. It is found in England before the Norman Conquest, but only among priests and monks. It became more widespread in the 13th and 14th centuries. The name was revived in the 17th century by the Puritans but is now rare, though more common in Ireland and Wales where it is often found as a transliteration of the Irish Domhnall and Welsh Deiniol. Its shortened forms are Dan and Danny, and the feminine Danielle and Daniella are also fairly popular.
As for the Old Testament, not every name that it contained was as strange-looking tongue-twister. It provided such currently popular names as Samuel, Benjamin, Joseph, Jacob, Daniel, Sarah, Susan and Sharon. All these were quietly introduced by those who wished the Bible's influence to be ever present in their lives, but who were able to exercise a little linguistic discretion at the same time. Some of the names the Puritans themselves objected to because they had no religious significance had come from yet another social influence - classical literature╔
Surnames derived from Daniel that mean 'son of' (later 'descendant of'): Daniel Daniels, Dannet, Dannson.

HomeLinksTop 10FriendsMailStatistics